Americana, Hedendaagsche Letterkunde

De Nobelprijs gaat naar…

8 oktober 2018

Beste Jur,

De Nobelprijs voor de literatuur gaat dit jaar naar Margaret Atwood, las ik op Tzum. Als het aan een groep van vijftig Nederlandse schrijvers ligt, althans. Want na de rellen rond de Zweedse Academie wordt de literatuurprijs dit jaar, en mogelijk ook volgend jaar, niet uitgereikt. Jean-Claude Arnault, de echtgenoot van het in april afgetreden Academielid Katarina Frostenson en een invloedrijke cultuurpaus, werd vorige week veroordeeld tot twee jaar cel wegens verkrachting. Achttien vrouwen hebben Arnault beschuldigd van verkrachting en aanranding. Componist Klas Torstensson vertelde me dat Arnaults misdragingen een publiek geheim waren in Zweden; #metoo was nodig om zijn aura van onschendbaarheid te doen verkruimelen.

Ken jij het werk van Margaret Atwood? Ik moet bekennen dat ik niks van haar heb gelezen. Dat is ongetwijfeld een schande en waarschijnlijk ook een gemis. Ik verschuil me nederig achter de boekenberg en een dreigend tikkende penduleklok.

In de leegte en de rust die de galmend dichtslaande kerkerdeur van Arnault heeft achtergelaten hebben we nu wel de gelegenheid zelf eens een prijs uit te reiken. Welke levende schrijver verdient volgens jou de hoogste literaire onderscheiding?

Mijn Nobelprijs gaat dit jaar naar Don Delillo. Dat zal je waarschijnlijk niet verrassen. Voor zijn (om in de stijl van de Academie te blijven) ‘grote en kleine verhalen, waarin hij met ongeëvenaard stilistisch vernuft persoonlijke en historische dimensies vermengt tot een sprankelende mythologie van het moderne Amerika, en bij uitbreiding de moderne wereld.’ Over zijn magnum opus, Underworld, schreef ik je al eerder. Delillo excelleert ook in de miniatuur, getuige zijn originele en schrijnende rouwverhaal The body artist. Zelfs mindere Delillo’s, zoals zijn meest recente roman, het sf-onsterfelijkheidssprookje Zero K, borrelen van intelligentie en taalgevoel.

Ik ga niet jubelen over al Delillo’s romans, maar bijzondere aandacht wil ik vragen, mede namens mijn ontredderde collega’s van de gedecimeerde Academie, voor The names uit 1982. De verteller, een Amerikaan in Griekenland, is een risico-analist die een comfortabel maar vluchtig expatleven leidt. Zijn ex-vrouw woont met hun zoon op een van de eilanden, waar ze een eigenaardige archeoloog ondersteunt bij een opgraving. Tijdens zijn reizen door Griekenland en het Midden-Oosten komt de verteller een serie moorden op het spoor die worden gepleegd door een primitieve, door antieke talen bezeten sekte. Patronen, namen, het donkere woud van betekenis. Natuurlijk is de plot ondergeschikt aan het mysterie. Delillo lezen is je kop in het zand en door blinde muren steken en betoverd worden door dof glanzende schatten. Delillo lezen is baden in een bad van talig genot dat altijd de juiste temperatuur heeft – is diepzinniger en gek genoeg ook waarachtiger dan het leven zelf. The names:  meesterwerk.

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply