Americana, Hedendaagsche Letterkunde

Dylan, really?

13 oktober 2016

Image result for Philip roth

Beste Jur,

Terwijl ik op aanraden van de permanente secretaris van de Zweedse Academie naar Blonde on Blonde luister (heerlijke plaat) probeer ik erachter te komen waarom het leuk/niet leuk is dat Bob Dylan de Nobelprijs heeft gewonnen. Salman Rushdie heeft hem al hartelijk gefeliciteerd. Iemand wijst erop dat Dylan helemaal niet de eerste liedjesschrijver is die de eer te beurt valt, al kreeg Rabindranath Tagore hem wel degelijk voor drukwerk, het bundeltje Gitanjali. (Uit het voorgaande zou je kunnen opmaken dat India vierkant achter Dylan staat.) In de coulissen warmen dubieuze types zich op voor de vervelendste DWDD-uitzending van het seizoen. Iedereen die affiniteit heeft met muziek of literatuur – iedereen – twittert zijn favoriete Dylan-regels, zelfs degenen zonder twitter. Grapjassen roepen om Stephen King in de Rock & Roll Hall of Fame. De schrijver van dit stuk, die een paar weken geleden betoogde dat Dylan de prijs verdiende én voorspelde dat hij hem nooit zou krijgen, maakt de vergelijking met theater, dat zijn ware kracht eveneens toont in voordracht en niet op papier. Bekronen we inkt of een esthetische ervaring? Als Dylan een ongeëvenaard corpus van songs heeft geschapen, waarin woord en gruizige stem en vreemde indringende beelden en uit het lood staande dialoog één en onverwoestbaar zijn, verdient hij dan geen literaire onderscheiding?

What took them so long? schrijft The New York Times.

Mijn eerste reactie was ongeloof, alsof de Coen Brothers hadden gewonnen. En waarom niet? Virtuoze scriptschrijvers, die broers. Leuk, omdat het absurd is. Niet leuk, omdat het voelt alsof er een kaping plaatsvindt. Dylan zal het aan zijn reet roesten, hij ligt nog te tukken, in Vegas schijnbaar, waar hij vanavond moet optreden, de Zweedse Academie heeft hem nog niet te pakken gekregen. Dat is omineus. Het allerleukst zou het natuurlijk zijn, na alle ophef, als Dylan zijn schouders ophaalt en koeltjes weigert, met de impliciete boodschap dat hij thuishoort in het rijtje met Proust, Joyce, Nabokov, Borges en de Beatles.

Maar als we nuance en ongeloof terzijde schuiven en de idioterie recht in de pupillen staren: na ruim twintig jaar en het nodige kwade bloed eindelijk weer eens een Amerikaan, en dan niet Philip Roth maar, really, Dylan?

You Might Also Like

1 Comment

  • Reply Jur 20 oktober 2016 at 14:16

    Ha Joep! Delillo was ook mooi geweest. Roth en Delillo hadden allebei een prachtige toespraak kunnen geven, waarin ze het Amerika van vandaag zouden beschouwen met een van hun haviksogen.

  • Laat een reactie achter op Jur Cancel Reply