Browsing Category

Oostblok

Ansichtkaarten, Duitsch, Oostblok, Vertalen

De Schulz-Mann-correspondentie

12 december 2018
Wide a 739 logo
tekening van Bruno Schulz

Hooggeëerde, zeer gewaardeerde, beste dr. Jur!

Deze ansichtkaart stuur ik je vanaf de oever van de Rijn, die op de plek waar ik me bevind ons land binnenstroomt. Ik ben hier, zoals je weet, drie dagen geleden neergestreken, met mijn bescheiden uittreksel uit de wereldbibliotheek en mijn geliefden. Ik kijk uit op de dijk. Daarachter de rivier, erboven de hemel. Het is koud en nat en schitterend. Op naar de lente.

Ik ben verhuisd op de dag dat ik normaal gesproken even aan John Lennon denk, die achtendertig jaar geleden werd doodgeschoten door iemand die beroemd wilde worden en geen betere manier kon verzinnen dan een beroemdheid vermoorden. Dat verhaal hoorde ik als kind van mijn moeder en ik ben het nooit vergeten. Wat een waanzin, wat een verlies.

John Lennon is natuurlijk ook wereldliteratuur, als Bob Dylan Nobelprijs-waardig is, maar omdat ik nu op een steenworp van de grens woon stuur ik je een bericht uit de literaire Fundgrube van onze Oosterburen.

Het eerste Duitse boek dat ik uit een verhuisdoos pluk is van Maxim Biller. Dat is alleen al leuk maar omdat hij het idee van ‘Duitse schrijver’ oprekt: geboren in Praag, uit joodse-Russische ouders, en in 1970 als tienjarige naar de toenmalige BRD geëmigreerd. Het boek is een kleine roman met de naam van een grote auteur in de titel, en het eigenaardige is dat dat in vertaling een andere auteur is geworden dan in het origineel. Im Kopf von Bruno Schulz heet bij ons namelijk De verloren brief aan Thomas Mann.

Ik snap dat wel, want Thomas Mann is een beroemdere schrijver dan Bruno Schulz. Een verloren brief van Bruno Schulz is een traktatie voor ingewijden, maar een verloren brief aan Thomas Mann is een potentiële bestseller. Overigens was Billers boek juist in Duitsland een enorm succes. Kennelijk wordt de Pool Schulz daar breder gewaardeerd dan hier.

Schulz schijnt tijdens de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk een brief aan Thomas Mann te hebben geschreven, in de hoop via buitenlandse uitgaven van zijn werk de nazi-razernij te kunnen ontvluchten. Die brief is, inderdaad, verloren gegaan. Het mocht hoe dan ook niet baten, want op 19 november 1942 werd Schulz in zijn geboorteplaats Drohobycz door een SS’er op straat doodgeschoten. (De ironie, in de toevallige context van deze ansichtkaart, wil dat ook die triviale SS’er door zijn misdaad voor de vergetelheid behoed is, al wist hij, in tegenstelling tot de moordenaar van John Lennon, niet wat hij deed.)

Maxim Biller, de in Praag geboren schrijver van joods-Russische komaf, heeft de verloren brief van de Poolse schrijver Bruno Schulz aan de Duitse schrijver en Nobelprijswinnaar Thomas Mann op grandioze wijze opnieuw verzonnen (in het Duits). Het is een lichtvoetige en vaak geestige, maar ook schrijnende vertelling, waarin Schulz als aanleiding voor zijn brief – of de pogingen daartoe – de verschijning van een dubbelganger van Thomas Mann in zijn woonplaats neemt. De dubbelganger, met ‘versleten kleren’ en ‘een penetrante lichaamsgeur’, is vooral een excuus om uit te wijden over zijn moeizame lotgevallen als tekenleraar, gefnuikt minnaar en bedreigd mens, in een heerlijke stijl, die heel knap het lichtelijk waanzinnige, half verschrikkelijke en driekwart magische universum van de verhalen van Bruno Schulz tevoorschijn tovert. ‘Weledele meneer dr. Mann!’

Het eindigt ermee dat Bruno zijn brief in een envelop doet, zich uitkleedt en bloot door de straten kruipt, op zoek naar een brievenbus of verlossing. In de mooie vertaling van Marcel Misset klinkt het ironisch-apocalyptische slotakkoord zo: “Hij was, hoewel hij al een uur onderweg was, net pas bij de poort van het stadspark aangekomen, hij hijgde, zijn knieën waren ontveld en bloedden, de duiven aan de hemel boven Drohobycz vlogen de een na de ander de rode vuurgloed in, waar ze als fakkels verbrandden.”

Citaat, Midden-Oosten, Oostblok

Arletta al Giro d’Italia: 4 – De Israëlische trilogie

8 mei 2018

‘De rit uit Jaffa duurde meer dan twee uur en ongeveer halverwege hadden we gezien dat hij er uiterst beroerd aan toe was. De chauffeur zei dat Tel Aviv niet ver meer was en hij joeg zijn oude kar met gierende banden door de bochten. We kregen een beetje het gevoel dat we acteurs in een gangsterfilm waren. Eén keer wilde een politieagent ons zelfs aanhouden; hij stak zijn hand op, maar de chauffeur reed door. In het spiegeltje zagen we dat de agent terugliep naar zijn Harley die in de schaduw stond, maar het vervolgens opgaf; het was te heet. Hij stond daar midden op de weg, zonder helm, en veegde zijn bezwete gezicht af.
Continue Reading…

Citaat, Een eeuw van boeken, Oostblok

Zilveren schalen, gouden appels (Een eeuw van boeken 3-bis)

12 april 2018

Beste Jur,

Je hebt gelijk, echt vrolijk is Artful niet, maar het is wel een boek waar je vrolijk van wordt, daarover zijn we het eens. Als je zo veel goede boeken schrijft als Ali Smith creëer je en passant een situatie van onrecht – bijna allemaal staan ze te laag in de top 10. Het doet me deugd dat je Artful nu een opkontje hebt gegeven in onze eigen ranglijst.

Zoals jou niet is ontgaan heb ik in Boedapest De Pendragonlegende van Antal Szerb Continue Reading…

Oostblok, Vertalen

Roel Schuyt en Danilo Kiš

13 oktober 2017

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/1/1b/Danilo_Kis_Serbian_Literature_Great_Men_Stamps.jpg

Beste Jur,

De Vertaalprijs van het Letterenfonds gaat dit jaar naar Roel Schuyt. Dat las ik net op Tzum. Schuyt (1948) vertaalt uit het Servo-Kroatisch, Macedonisch, Sloveens, Russisch, Wit-Russisch, Bulgaars en het Albanees – die laatste taal leerde hij zichzelf om Ismail Kadare in het origineel te kunnen lezen. Driewerf hoed af. Ik moest denken aan een van de eerste boeken die Schuyt vertaalde, van de Servische schrijver Danilo Kiš, Een grafmonument voor Boris Davidovitsj, en dan vooral aan het eerste Continue Reading…

Ansichtkaarten, Hedendaagsche Letterkunde, Oostblok

Je brein openvouwen als een lotusbloem

21 oktober 2016

Beste Jur,

In de Ardennen, in een huisje zonder internet, dacht ik aan een oude mijnwerker die met zijn zwarte longen en zijn kapotte rug ronddwaalt tussen de afgegraven Silezische heuvels waar hij, diep onder de grond, zijn leven heeft doorgebracht. “De laatste jaren heb je een onmenselijke hoeveelheid tabak opgerookt,” denkt hij. “Maar het is nog steeds niet genoeg, de lucht is nog steeds te schoon.” Die mijnwerker is een passant in het tijdloze moderne Tsjechië dat Marek Šindelka (1984) oproept in Anna in kaart gebracht. Het mooie van die roman is dat Anna in het geheel niet in kaart Continue Reading…