Citaat, Italiano

Arletta al Giro d’Italia: 6 – Het sprookje van de fiets zal altijd blijven bestaan

28 mei 2018

Beste Joep,

Deel 2 van het sprookje van Tom Duim (Deel 1 was mei 2017) duurde een kleine 10 kilometer. De ene Brit, Simon Yates, loste in zijn roze trui op 90 km van de streep op de mythische Finestre en verloor in die ene beklimming maar liefst 16 minuten. Parcheggio: Hij stond geparkeerd, zoals dat heet. Tom, de nummer 2 van dat moment, kreeg een roze gloed op de wangen, maar die blos verbleekte weer met het besef dat Yates’ ineenstorting hem van jager in prooi had veranderd. De andere Brit, Chris Froome, zette op meer dan 80 km van de streep zijn jachtgeweer aan zijn schouder en haalde de trekker over. Dumoulin spartelde over de Cima Coppi, het besneeuwde dak van de Giro (2178 m). In de afdaling wachtte hij op Frans-Zwitserse steun (Pinot en Reichenbach) maar die daalden volgens Tom ‘als een oud omaatje’, dus dat was geen slimme zet. Maar “achteraf is het mooi wonen” zegt Tom altijd. Vier alpenreuzen en bijltjesdag: een ouderwets sprookje dus (vroeger liepen die nog slecht af).

Op 13 juni 1949 rondde Dino Buzzati zijn verslag van de Giro af met twee artikelen. Het eerste heette “Coppi heeft de Ronde van Italië gewonnen”. De oude meester Bartali, De Vrome, had gevochten voor wat hij waard was, maar Coppi, De Reiger, reed hem in de Alpen op minuten achterstand. Bartali, een jaar eerder nog glorieus winnaar van de Ronde van Frankrijk, zou nooit meer een grote ronde winnen. Het einde van een tijdperk, dat zonder WOII-intermezzo nog veel indrukwekkender had kunnen zijn.

“Maar het sprookje van de fiets zal altijd blijven bestaan,” heette Buzzati’s slotstuk “en volgend jaar, in mei, zal opnieuw het startsein worden gegeven en het jaar daarop weer enzovoort, van lente tot lente zal het sprookje herleven”. Totdat ‘verstandige mensen’ de stekker eruit trekken, als fietsen lachwekkende stukken oudroest zijn geworden, alleen nog gebruikt door ‘nostalgische maniakken’. Alsof het een ballade is, sluit Buzzati zijn epiloog af met een envoi, gericht aan de fiets zelf, een oproep om zich te verzeten, als laatste bastion tegen de teloorgang van de romantische wereld:

“Niet opgeven, o goddelijk rijwiel. Wij zullen dan waarschijnlijk dood en begraven zijn, Coppi zal een mager en beverig oud mannetje zijn, een onbekende voor de nieuwe generaties, en er zullen andere namen geroepen worden door de menigte.”

Coppi werd geen oud mannetje. Hij liep in 1959 in Opper-Volta malaria op, toen hij daar aan een koers meedeed om het wielrennen te stimuleren op het Afrikaanse continent. Il Campionissimo stierf, eeuwig veertig jaren jong. De foto waarop Giulia Locatelli, de grote liefde van Coppi (zijn onwettige echtgenote, die getrouwd was met een ander, en die de Italianen kenden als ‘La Dama Bianca’ omdat ze altijd in een witte jurk langs de weg stond bij Coppi’s triomftochten), zich buigt over het dode lichaam van haar Fausto, is nog altijd een van de iconische beelden van de wielergeschiedenis.

“Maar daar moet je niet op letten, fiets. Vlieg jij maar, met je kleine vermogen, langs berg en dal, zweet, zwoeg en lijd. De houthakker zal nog uit zijn eenzame berghut afdalen om je toe te juichen, de vissers zullen van het strand komen, de boekhouders zullen hun grootboeken in de steek laten, de smid zal het vuur laten uitgaan om je feestelijk te begroeten, de dichters, de dromers, de eenvoudige schepselen die nog een goed hart hebben zullen elkaar verdringen langs de wegen en dankzij jou hun kommer en ellende vergeten. En de meisjes zullen je bedelven onder bloemen.”

 

You Might Also Like

1 Comment

  • Reply Joep 29 mei 2018 at 08:16

    Mooi sprookje. Wat ik me, zijdelings, afvraag bij het kijken naar de foto: is de man die zijn hand op de flank van de Witte Dame legt haar echtgenoot? Dat zou op een manier die niks met wielrennen te maken heeft wel weer groots zijn.

  • Leave a Reply