Antieken, Britannia, Klassiekers, Midden-Oosten, Toneel

Caliban

31 maart 2017

Beste Jur,

Het monster is zo oud als de literatuur. En het mooie van literatuur is dat het monster vaak veel meer blijkt dan alleen maar een monster. Als de machtige koning Gilgamesj naast zijn schoenen gaat lopen sturen de goden de wildeman Enkidu op hem af. Enkidu is een verschrikkelijke verschijning, die de oude Soemeriërs ongetwijfeld deed sidderen van angst – een rasmonster. Er volgt een gevecht, Gilgamesj overmeestert Enkidu en voortaan zijn ze bloedbroeders. (Net als wij, al hebben wij ons gevecht gesublimeerd met oeverloos gezwatel over boeken en balletjes hooghouden in het park.)

Een van de beroemdste monsters uit de literatuur werd geschapen door dr. Frankenstein, die op zijn beurt werd geschapen door de negentienjarige Mary Shelley. Dit naamloze ‘Creature’ – een kruising tussen Adam, Prometheus en de duivel – is extreem gewelddadig, maar toont ook glimpen van een binnenwereld en wint zo toch onze sympathie. Al is het maar door zijn treurige, hopeloze eis dat Frankenstein een vrouw voor hem maakt.

Jij schreef me laatst over een monsterlijk wezen in een roman van James Purdy en nu werd ik hernieuwd op dit spoor gezet door de kameropera Caliban, die ik van de week zag in het Opera Forward Festival in Amsterdam. Een merkwaardig, niet helemaal geslaagd, maar toch intrigerend werk, met een geweldig uitgangspunt: een hervertelling van Shakespeares The Tempest vanuit het perspectief van het ‘monster’ Caliban. Caliban is de zoon van de heks Sycorax, die over het eiland heerste voordat Prospero er aanspoelde, en een figurant in het drama over ballingschap en hoogverraad.

Shakespeare doet ogenschijnlijk weinig moeite om onze sympathie voor Caliban te wekken. Maar de (moderne) lezer ontwikkelt die toch. Dat ligt vooral aan de, laten we zeggen, politiek-incorrecte manier waarop koning-tovenaar Prospero de inheemse bevolking van zijn magische eiland benadert. Caliban wordt bij zijn eerste entree aangesproken als ‘Thou poisonous slave, got by the devil himself upon thy wicked dam [moeder]’, ‘Thou most lying slave’, ‘Abhorred slave’. Prospero’s dochter Miranda noemt hem ‘a villain’. Maar ja, ze hebben hem nu eenmaal nodig om hout te sprokkelen en vuur te maken.

Caliban beweert dat hij Prospero het hele eiland getoond heeft en als beloning tot slaaf werd gemaakt. Prospero beweert dat hij hem als een zoon behandelde, totdat Caliban als dank Miranda aanrandde. Caliban weerspreekt dat niet, hij baalt er zelfs van dat zijn poging mislukt is: ‘I would have peopled else this Isle with Calibans.’

De Bard, die volgende maand precies 401 jaar dood is, was een meesterlijk karaktersmid, en de psychologie van zijn verhalen is onwaarschijnlijk subtiel en gelaagd. Maar ook voor hem was Caliban een slaaf en een monster, en vermoedelijk niet meer dan dat. Door die vreemde opera op het spoor gezet hield ik aan The Tempest deze keer toch een bittere smaak over.

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply