Browsing Tag

Etna

Citaat, Éire

Arletta al Giro d’Italia: 5 – Etna/Edna

10 mei 2018

Beste Jur,

Nu de renners op weg zijn naar de flanken van de Etna, met Robert Gesink en Sam Oomen in de kopgroep, moet ik denken de grote Ierse schrijfster Edna O’Brien. Eén letter verschil, een ander eiland. Maar zo nauw nemen we het niet. En de Edna is ook vulkaan, een literaire. Overigens deed de Giro Ierland in 2014 al eens drie dagen aan.

O’Briens verhaal ‘Tough men’ heeft niks met wielrennen te maken, net als het fragment van Marek Hłasko dat ik je laatst stuurde. Maar als de koers poëzie is en wattage een metafoor, dan heeft de goede verstaander aan een half woord genoeg, nietwaar? De kans is klein, maar er is een kans, zei Gesink vanochtend voor de start. Hij had het over winnen. En Gesink heeft in het verleden afdoende bewezen een grote sloper te zijn:

‘”If I could begin my life again I’d be in the demolition business,” Morgan said for no reason. He imagined that there must be great satisfaction in destroying houses and breaking up ornamental mantelpieces and smashing windows. He sometimes had a dream in which Mrs. Morgan lay under a load of mortar and white rubble, with her clothes well above her knees.’

Niet dromen, Gesink. Trappen, en slopen.

Italiano

Arletta al Giro d’Italia: 3 – Rodezeemeermin

6 mei 2018

Beste Joep,

Het Giropeloton trok vandaag naar de Rode Zee. Het laatste uur door de Negevwoestijn legden de renners meer dan 60 kilometer af. Wind in de rug, maar geen waaiers. Morgen vliegt het hele circus naar Sicilië. Het woestijnzand wordt ingeruild voor rotskust, de zee verschiet van rood naar azuur. Eindelijk Italië, de Ronde kan nu echt beginnen. Dino Buzzati verhaalt hoe de renners op dag 3 van de Giro van ’49 goedgemutst, als ‘vrolijke wielerreuzen’ langs die rotskust aan hun etappe beginnen:

“Beneden, recht onder hen, haalde de zee allerlei grapjes uit met de kleine klippen die vlak bij de kust lagen; tegelijkertijd dook een jonge zeemeermin met haar hele bovenlijf op uit het water, haar gezicht naar de renners toegekeerd, en lachte, zonder enige schroom. Benso, de vrolijke Frans uit de ploeg van Bartali, antwoordde haar met een niet mis te verstaan gebaar.”

Ondertussen slaapt de Etna. Nog een paar dagen en het barst los op de flanken van de vulkaan. Wie dan nog oog heeft voor lachende zeemeerminnen, is verloren.